top of page

Gezichten van kameraadschap

Hoe groeide het klasje dat in november 1993 startte met de opleiding tot (onder)officier bij de cavalerie uit tot een hechte vriendengroep? Een groep met vijftien gezichten en ik ben daar een van. Ik portretteerde en interviewde deze mannen. Een project over groepsvorming, individualiteit, vriendschap en loyaliteit. Maar ook over verlies en afscheid. En een klein beetje over Defensie. 

​​

18 april presenteerde ik dit project aan de mannen over wie het gaat, en aan hun partners. Hieronder zie je het videoverslag. Eerder bracht het me tot dit stukkie.

Vijftien mannen.
 Eén peloton. 
Twee weken die dertig jaar bleken te duren.
 

We kwamen uit heel Nederland, met verschillende achtergronden en dromen. Bij elkaar gezet door Defensie. Twee weken intensieve ervaring smeedden ons samen. Dertig jaar later zijn we nog steeds één – niet omdat we op elkaar lijken, maar omdat we leerden van onze verschillen te houden.
 

Dit zijn gezichten van kameraadschap. Niet ondanks, maar dankzij de diversiteit – en de moeite – die wij in elkaar vonden.
 

Ieder van ons had een rol. De verbinder. De facilitator. De humorist. De voorzitter. We groeiden in die rollen. En in het groeien leerden we van elkaar houden. Wat begon als een tijdelijke groep, werd een ritme. Elk eerste weekend van november. Steeds weer terugkomen.
 

We waren ook homogeen: hoger opgeleid, westerse, blanke, veelal protestantse achtergrond. Dezelfde levensfase. En toch – misschien juist daardoor – werden we echt hecht. We leerden dat eenheid niet hetzelfde is als gelijkenis. Kameraadschap betekent: elkaar zien, waarderen, vasthouden – ondanks en dankzij wie we zijn.
 

Maar kameraadschap is ook dit: elkaar missen. Ziek worden. Verveling. Afstand voelen. Elkaar soms niet begrijpen. Iemand die te ver weg was. Iemand die steun had kunnen gebruiken. Iemand voor wie het verhaal van vroeger begon te slijten. En toch terugkomen.
 

Kameraadschap is niet: altijd samen.
Niet: zonder spanning.
Niet: zonder verlies.
Wat het wel is: elkaar vinden in twee weken, en dertig jaar later nog steeds terugkomen. Zelfs als het pijn doet. Zelfs als het schuurt.

 

Waarom deze groep bleef bestaan terwijl zoveel andere uiteenvallen, weten we niet zeker. Misschien omdat er een vaste kern was. Misschien omdat we samen een vijand hadden. Misschien was het toeval. Het antwoord ligt niet in perfectie, maar in herhaling. In de bereidheid om te blijven komen.
 

Kameraadschap is niet iets wat je eenmaal hebt.
Het is iets wat je blijft doen.
Voorzichtiger. Dieper.
Met meer respect voor wat je van elkaar niet weet.

(tekst: Abigail Vermeulen)

DuPho-lid_logo_500_px_edited.png
  • Instagram
  • LinkedIn
bottom of page