top of page
Zoeken

Boys don't cry

  • Remko
  • 25 apr
  • 2 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 26 apr



18 april presenteerde ik de portretten van de vijftien mannen met wie ik in 1993 de opleiding tot (onder)officier bij de cavalerie volgde. Wonderlijk hoe deze groep, door Defensie, het lot of door God bij elkaar gebracht, zich tot een hechte vriendengroep heeft ontwikkeld. De afgelopen maanden onderzocht ik hoe dat zo is gekomen. Ik portretteerde elk van deze mannen en stelde hen vijf vragen.

 

Pasklare antwoorden leverde het niet op. Wel verdieping. Het werd een gezamenlijk project. Typisch voor deze groep. Bevoorrecht was ik elk van deze mannen te mogen spreken over elkaar en over de groep. Wat nog nooit was uitgesproken, denk ik, werd onder woorden gebracht. Hoe deze mannen op elkaar betrokken zijn en blijven, elkaar waarderen voor wie ze zijn en zich niet groter voor hoeven doen dan wie ze zijn. En hoe ze van elkaar leren en voor elkaar zorgen. Iemand zei: “Zo’n groep gun je iedereen.” Zachtheid die deze tijd nodig heeft. Een antidoses in tijden van manosphere.

 

En ik schreef dit stukje.


Beleefdheden wisselen ze niet uit. Die slaan ze gewoon over. Als ze elkaar zien,


resoneren doffe klappen. Platte handen die beuken op de ruggen van 50-jarige klankkasten.

 

Ze lachen. Biertje? Biertje? Jassen gaan uit, flesjes open en chips vullen de schaal.

 

Ze zien elkaar weer, maken grappen en lachen. Ze zien elkaar.

 

Samen, meer dan dertig jaar. Een archief aan herinneringen.

 

Inmiddels kaal of kalend, geen jonge adonissen meer. Het scherpe, het snelle is er wel af. Nog steeds, nog meer, weten ze wat ze aan elkaar hebben. Niet zonder elkaar kunnen.

 

Ze nemen elkaar serieus, meestal. Zichzelf net wat minder en dat helpt.

 

De branie, de scherts ze zijn er nog steeds.

 

Zelden gaat het meer over werk, auto’s of geld. Maar gewoon over de dingen.

 

Samen kaarten, spelen en zingen. Er zijn. En luisteren naar verhalen over tijden van toen die zomaar van nu kunnen worden.

 

Een vaste routine, een ritme, al meer dan dertig jaar. Als vanzelf, zo lijkt.

 

Als de één het niet redt springt de ander bij. Als één organisme, één lichaam.

 

En nog steeds leren ze, van elkaar en voor het leven, en over het leven,

 

Dat eindig is.  

 

Wat er was en is werd nooit besproken. Tot voor kort.

 

Boys don’t cry. Maar jongens zitten in je nek.

 

En dit zijn mannen. En die huilen wel. Soms.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
DuPho-lid_logo_500_px_edited.png
  • Instagram
  • LinkedIn
bottom of page